Defashion - een ommezwaai van de industrie
Dit is geen mode, dit is een kans.
De afgelopen maanden kleedden we, laagje per laagje, de mode-industrie uit. We onderzochten hoe allerlei verschillende mechanismen in één groot systeem verweven zijn en elkaar in stand houden. Het ging over de grondstoffen die nodig zijn om onze kledij te maken, tot de omstandigheden waarin ze gemaakt worden naar de distributie-industrie die ervoor zorgt dat we geen genoeg krijgen en tot slot, wat er gebeurt wanneer je textiel weggooit. En zo altijd maar weer door.
Eens de industrie uitgekleed is, wordt het duidelijk: de textielindustrie is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Ze heeft impact op het klimaat, de natuur en mensen. Bovendien zit er een diepe ongelijkheid in verweven: zij die het meest afzien voor de productie van onze kledij, hebben er het minst toegang toe. Alle soorten uitbuiting doorkruisen het verhaal van ons slipje: van kolonialisme, tot kapitalisme en patriarchale dominantie.
Duidelijke en verborgen offerzones
Antropologe Sandra Niessen spreekt van sacrifice zones of offerzones.(*) Offerzones zijn plekken waar veel grondstoffen zijn en gemeenschappen die in Westers oog gezien worden als disposable, wegwerpbaar. Het is, met andere woorden, een plek waar (neo-)koloniale daden hoogtij vieren. Bij deze definitie kunnen we ons meteen een aantal plekken voorstellen die in onze reeks de revue passeerden: katoenplantages, water, naaifabrieken. Allemaal plekken waar extractie plaatsvindt in het Globale Zuiden ten voordele van winsten en kapitaal voor het Globale Noorden.
Niessen waarschuwt meteen dat deze offerzones aanpakken zonder het systeem aan te pakken, niets verandert. De antropologe definieert namelijk nog een offerzone: culturele kleding. Mode als concept is Westers geïnspireerd, schrijft Niessen. Door iets als mode te omschrijven, laat je ook uitschijnen dat er zoiets bestaat als niet-mode. En wie kiest vandaag wat mode is en wat niet?
Door kledij-tradities en het bijhorende vakmanschap als offerzone te bestuderen, komen meteen nieuwe machtsdynamieken naar boven. De landen in kwestie worden overspoeld met goedkoop textiel waarmee traditionele handwerkers niet kunnen concurreren. Ze worden verplicht om hun traditie op te geven om te overleven. Bovendien gebruiken Westerse merken bepaalde patronen, ontwerpen en designs als goedkope inspiratiebron, zonder de originele makers krediet te geven.
Willen we dus echt een sociaal-rechtvaardige transitie naar een eerlijke textielindustrie, dan moeten we verder kijken dan waar de klassieke duurzaamheidsbril stopt. De vragen die we stellen moeten ook over cultuur en macht gaan.
Een systemische ommezwaai
De actiegroep Fashion Act Now baseert zich onder andere op het werk van Saskia Niessen en roept, naar analogie van de degrowth-beweging, op tot defashion (*). Een focus op het materiaal en de impact ervan is onvoldoende. In het beste scenario zorgt circulariteit voor meer efficiëntie, maar of die efficiëntie ook echt voor verandering zorgt is een andere vraag. We zien dat efficiëntiewinst binnen het kapitalistisch systeem opnieuw wordt geïnvesteerd in een expansie van de industrie (ook wel de Jevons paradox genoemd).
Een kledij-pluriverse gaat over het terugclaimen van mode van de grote modebedrijven en het centraliseren van creativiteit, traditie en speelsheid.
Defashion (en degrowth) gaat dieper en raakt aan de wortels van het systeem. Het gaat in tegen de koloniale en extractieve uitbuiting van gemeenschappen en de planeet voor de instandhouding van de fast fashion industrie. Bovendien pleit defashion voor een kledij-pluriverse, hierbij baseert Fashion Act Now zich op het werk van Joy M.(*) rond pluriverse als een manier om rond post-ontwikkeling te praten.
In het pluriverse leven alle mensen samen, in waardigheid en vrede, zonder dat er iemand minderwaardig is of uitgebuit wordt. Een kledij-pluriverse gaat zo over het terugclaimen van mode van de grote modebedrijven en het centraliseren van creativiteit, traditie en speelsheid. Dat terugclaimen begint met een erkenning van de impact die het huidige systeem heeft op gemeenschappen over heel de wereld.
Tegendraadse praktijken
Als we dus effectief alle offerzones willen aanpakken en creativiteit opnieuw centraal stellen, dan is een ommezwaai van het systeem nodig. De huidige textielindustrie is top-down georganiseerd: alles, van trends tot maakproces, wordt bepaald van bovenaf. Wat als we die logica omdraaien en het omgekeerd doen? Wat als de start van de ommezwaai ligt in vakmanschap, traditie en handwerk, in alledaagse, tegendraadse praktijken?
Textiel en verzet zijn op die manier al lang met elkaar verweven. Sara, the textile anthropologist op Substack (*), vertelt in een blogpost over de politiek van repareren en hoe visible mending haar wortels heeft in verzet: “These small acts do not replace systemic change, but they can reshape how we think about ownership, waste, responsibility, and the interconnected life cycle of textiles from production to discard.”
Ze omschrijft repareren als een feministische praktijk, net omdat het zichtbaar en creatief is. Dit in tegenstelling tot heel wat dagelijks, reproductief werk van vrouwen dat makkelijk te verbergen is achter de schermen. Een kledingstuk repareren stelt bovendien de discussie op scherp: gaan we voor een systeem waarin dingen zoals kledij wegwerpbaar zijn? Of zorgen we voor onze spullen?
Dat beaamt ook de Feministische Handwerkpartij (*) in haar manifest. Op hun bijeenkomsten laten ze handwerken en studeren volledig door elkaar lopen: “Daarmee willen we de diepgewortelde neiging tot een hiërarchische scheiding tussen lichaam en geest (waarbij de geest boven de materie gesteld wordt) ‘ontleren’. Door zowel binnenshuis als in de openbare ruimte (van buurthuis tot boardroom) op een belichaamde manier te spreken, ontwikkelen we samen met de deelnemers aan onze bijeenkomsten een alternatieve manier van werken, maken en spreken.” Handwerk is op die manier meer dan een symbool, het is een actieve praktijk van verzet en toont hoe een ander systeem mogelijk is.
Een kledingstuk repareren stelt de discussie op scherp: gaan we voor een systeem waarin dingen zoals kledij wegwerpbaar zijn? Of zorgen we voor onze spullen?
Dit is ook de boodschap van Fashion Revolution tijdens hun jaarlijkse Mend In Public Day. Door in de openbare ruimte kleding te repareren, reclaimen ze niet enkel de betekenis en wegwerpbaarheid van kleding, maar ook de publieke ruimte. Het contrast wordt op scherp gesteld wanneer een tiental activisten voor Primark kleding repareren.
Over cultuur en gemeenschap
Textiel en kleding kunnen op die manier een krachtige inrijpoort zijn om het te hebben over traditie, culturele trots en gemeenschap. Dat concludeert Hind, jeugdwerker bij een meisjeswerking. Zij gingen de afgelopen maanden samen met Globelink aan de slag om het te hebben over eerlijke mode. Ze ondervonden al snel dat kleding veel meer is dan ‘mode’. Het draagt identiteit, cultuur, familiegeschiedenis en generatietradities in zich. Met een web van machtsdynamieken tot gevolg. En dat werpt vragen op zoals: hoe navigeren jongeren vandaag tussen verschillende werelden? Welke verwachtingen zijn er allemaal? Hoe kan je jezelf uiten?
De discussies van de meisjes tonen de nood om een verhaal te vertellen dat niet stopt bij duurzaamheid. Het gaat over het terugclaimen van tradities en speelsheid in de manier waarop we onze kleding dragen. Vandaag dicteert de reclame-industrie en het Instagram-algoritme wat aanvaardbaar is op de speelplaats, op je werk, in de openbare ruimte. Door het gesprek aan te gaan als gemeenschap en samen te experimenteren, ontdekken we waar onze kleding vandaan komt, hoe ze gemaakt wordt en hoe we ervoor kunnen zorgen.
De ommezwaai naar een nieuw systeem, naar defashion, zit dus exact in deze alledaagse, tegendraadse praktijken. Gewone mensen die met wat ze dragen tegen de stroom in zwemmen. Kies dus de volgende keer dat er een gat in je kledingstuk zit een contrasterende kleur of een leuk patroon. Repareer en paradeer vervolgens voor een niet nader genoemd fast fashion bedrijf. Of beter nog, herstel samen met je vrienden, collega’s, kennissen en nietsvermoedende passanten op straat al je kleding die een beetje liefde nodig heeft. Dat is pas écht collectief verzet.
Bronnen
Sandra Niessen over
Meer over pluriverse
De Feministische Handwerkpartij
Lees ook de andere delen van onze reeks “Uitgekleed: een modeverhaal in 8 laagjes”. Je vindt een overzicht op deze pagina.
Dit artikel wordt medegefinancierd door de Europese Unie. De inhoud van dit artikel is uitsluitend de verantwoordelijkheid van De Transformisten en kan op geen enkele wijze worden beschouwd als een weerspiegeling van de standpunten van de Europese Unie of de Europese Commissie.
Deel dit bericht
