Dit is geen levensbron (meer), als het een afvalstroom wordt
Uitgekleed: een modeverhaal in 8 laagjes - Deel 5
Ooit was ik helder en zuiver. Ik stroomde in grote hoeveelheden en ik was in evenwicht. Vandaag ben ik dat steeds minder. Niet omdat ik verdwijn, maar omdat ik vervuild en uit balans geraak. Voor mij is het duidelijk dat de mode-industrie in deze ontwikkelingen een grote rol heeft gespeeld. Ik? Ik ben Water.
De textielindustrie is dol op mij. Jaarlijks gebruikt die 93 miljard kubieke meter water. Ter vergelijking: alle Belgische huishoudens samen zouden 220 jaar doen over die hoeveelheid. Eén T-shirt verbruikt 2700 liter, één jeans heeft 7500 liter nodig. Gigantische hoeveelheden die ik liever zie stromen naar drinkwater voor mensen, dieren, planten en gewassen.
Van intensief gebruik naar vervuiling
Het blijft niet bij intensief gebruik alleen. Ik word ook drastisch vervuild. Ongeveer 20% van de wereldwijde industriële watervervuiling is toe te schrijven aan de mode-industrie*.
Bij het verven van textiel komen kleurstoffen en chemicaliën vrij die vaak rechtstreeks geloosd worden in mijn rivieren en meren. Door deze vervuiling ben ik in de ruime omgeving van fabrieken niet langer drinkbaar, ben ik onbruikbaar voor landbouw of zelfs om handen mee te wassen. Ik word troebel, giftig en ronduit gevaarlijk.
Bij elke wasbeurt van polyester kleding komen bovendien microplastics vrij, die rechtstreeks mijn richting uit spoelen. Jaarlijks gaat het om meer dan een half miljoen ton microplastics. De kleinste deeltjes reizen via mij verder en komen zo in het drinkwater en voedsel van mens en dier terecht*. Van katoenvelden tot verfproces, van productie tot wasbeurten: elke fase van de mode-industrie zorgt ervoor dat ik steeds minder beschikbaar ben en laat onuitwisbare sporen achter.
Van helder naar giftig: de menselijke en ecologische tol
Het zal je niet verwonderen dat deze dubbele aanslag grote gevolgen heeft voor mens en natuur. In productielanden leidt de enorme vraag naar mij tot toenemende droogte, waardoor boeren, ecosystemen en lokale gemeenschappen onder druk komen te staan. Het water dat is voorzien om dagelijks leven te ondersteunen en land vruchtbaar te maken, wordt nu omgeleid voor overproductie op katoenvelden en in textielfabrieken.
Die giftige lozingen van fabrieken met kankerverwekkende stoffen, zware metalen en chemicaliën maken mij ziek en laten blijvende schade achter. En iedereen weet dat als ik ziek word door vervuiling, alles en iedereen rond mij ook schade ondervindt. Zij die er het minst aan bijdragen, nog het meest.
De fast fashion industrie versnelt dit proces. De drang naar steeds meer, steeds sneller zorgt ervoor dat er meer en sneller geproduceerd wordt. Meer productie betekent meer misbruik van water, meer vervuiling, meer waterschaarste, vaak in regio’s die het al moeilijk hebben.
Van gifstroom naar schoon water – het kan ook anders
Toch hoeft dit niet mijn toekomst te zijn. Er zijn alternatieven. Om schoon en zorgzaam te blijven heb ik tijd nodig om mijzelf te zuiveren. Ik moet beschermd worden tegen giftige lozingen. Ik wil mij rechtvaardig kunnen verdelen zodat er voldoende is voor iedereen die mij nodig heeft. Die verantwoordelijkheden liggen zowel bij bedrijven als bij consumenten. Wanneer de industrie bewust kiest voor materialen die minder afhankelijk zijn van waterintensieve en vervuilende grondstoffen, zoals katoen en polyester, kan ik herstellen. Gerecycleerd katoen zorgt ervoor dat ik niet voortdurend nodig ben voor irrigatie en laat mij opnieuw voluit stromen naar mensen, voedsel en ecosystemen. Daarnaast is het belangrijk dat de industrie en de overheid investeren in betere waterzuiverings- en watermanagementsystemen, en dat deze streng worden gecontroleerd. Zo kan verdere vervuiling worden tegengegaan en beschermen jullie mijn bronnen beter.
Ook burgers kunnen mij helpen door de keuzes die ze maken. Door minder en efficiënter te wassen, komen er minder microplastics in mij terecht. Door minder nieuwe kleding te kopen, de kledij die je al hebt langer te dragen en mee druk te blijven zetten op merken, neemt hopelijk op termijn de overproductie af. Zo krijg ik meer ruimte voor herstel en kan ik weer worden wat ik was: helder, zuiver en beschikbaar voor het leven op deze planeet.
*Bronnen
Tekst: Mado Sinzumusi, stagiair
Met een spoor van vernieling achter zich, belanden de collecties netjes en wel in de (online) winkelrekken. Hoe kunnen die stukken dan nog steeds een koopje zijn? Lees mee in deel 6 van “Uitgekleed: een modeverhaal in 8 laagjes”: Dit is geen koopje. Dit is overstock als businessmodel. (vanaf 24/6/2026)

Dit artikel wordt medegefinancierd door de Europese Unie. De inhoud van dit artikel is uitsluitend de verantwoordelijkheid van De Transformisten en kan op geen enkele wijze worden beschouwd als een weerspiegeling van de standpunten van de Europese Unie of de Europese Commissie.
Deel dit bericht