Dit is geen feestjurk, dit is aardolie
Uitgekleed: een modeverhaal in 8 laagjes - Deel 1
In de etalage hangt een glitterjurk te schitteren. Die sparkle, die textuur, die perfecte val – ze doet de paspop stralen. Je stelt je een vrolijk verlichte dansvloer voor. En dan de opgepompte aardolie die nodig was om deze jurk te maken. Ontmoet: polyester, alias plastic. Al een 20-tal jaar het populairste kledingmateriaal ter wereld.
Harde cijfers
Als je weet dat 59% van het wereldwijd geproduceerde textiel polyester is, dan is de kans reëel dat een doorsnee kledingkast voor meer dan de helft uit plastic bestaat. Polyester zit immers niet enkel in de voor de hand liggende glitterjurken en sportshirts: bijna alle kledingstukken bestaan uit een samenstelling waarin het een kleine tot grotere rol speelt.
In de loop van de mid-2000s, stootte polyester katoen van de troon van meest gebruikt textiel. Sindsdien ging de productie met een rotvaart de hoogte in, tot het eerder genoemde 59% in 2024 - alle synthetics samen, o.a. polyester, nylon, acryl, waren goed voor 69% van de mondiale vezelproductie*. In volume betekent het dat er in 2024 78 miljoen ton olie werd omgezet in polyester. Dat zijn bijna 40.000 Olympische zwembaden vol.
Dit fossiele fundament van de mode-industrie is een van de grootste, maar minst zichtbare problemen in het maakproces van kleding. Zolang synthetische vezels massaal uit olie worden gewonnen, blijft de kledingindustrie bijdragen aan klimaatverandering en microplasticvervuiling, en maakt ze ons steeds afhankelijker van olieproducerende landen en bedrijven.
Laten we dat een beetje concreter maken, want het brengt een pak problemen met zich mee.
De CO2-uitstoot van synthetische vezelproductie is vergelijkbaar met 185 kolencentrales die non-stop draaien. Per jaar. Voor kleding. Eens in een kledingkast maakt onze glitterjurk wellicht kans op weinig wasbeurten, een lang leven in je garderobe en hier en daar een legendarisch feest. Maar hoe zit het met een gemiddeld polyester shirt? Voor de productie is evenveel olie nodig als voor een plastic fles. Elke wasbeurt laat vervolgens tot 700.000 plastic microdeeltjes los. Die spoelen door het riool, door de waterzuivering, de rivieren in, de oceaan in, het drinkwater in, ons lichaam in. Circle of life, plastic edition. Vervolgens gooien we een kledingstuk na gemiddeld 7 keer dragen weg. Op een vuilnisbelt heeft polyester naar schatting meer dan 200 jaar nodig om af te breken. Prima bron voor de spreekbeurten van onze achter-achter-achterkleinkinderen over hoe het niet moet.
Waarom zit er zoveel olie in onze kleren?
Hoe zijn we hier beland? Want natuurlijk is het niet altijd zo geweest. In de jaren '50 was polyester een wonder. Kreukvrij. Goedkoop. Schaalbaar. De textielsector zag goud – of eigenlijk: zwart goud. De échte boost kwam met fast fashion. Begin jaren 2000 besloten merken als H&M en Zara dat kleding net zo snel moest veranderen als het weer in België. Elke twee weken nieuwe collecties. Dat kan alleen als materiaal spotgoedkoop is.
Katoen? Te duur en te traag. Polyester? Perfect. Je kunt het zo snel en goedkoop maken dat een shirt voor € 5 in de rekken kan. Dat het gemaakt is van fossiele brandstof leek een onbelangrijk detail. Dat de markt en de planeet letterlijk dichtslibben? Ongemakkelijke bijverschijnselen.
De druk van fast fashion heeft ervoor gezorgd dat de productie van polyester tussen 2000 en 2025 ongeveer is verviervoudigd. Ter vergelijking: de 78 miljoen ton olie die in 2024 werd gebruikt in de productie, was in 2000 ‘slechts’ 15 tot 20 miljoen ton. Die groei is duidelijk een pak meer dan wat strikt nodig is om iedereen betaalbaar te kleden. Het aandeel polyester is daarbij niet gelijk verdeeld bij elk merk, toont de Sustainable Cotton Hub aan. Bij Shein was het 82% in 2025, het jeansmerk Levi’s stelt daar 8% tegenover.
Dat de wereld letterlijk overspoeld wordt met deze plastics is daarom geen individueel falen of een kwestie van je graag eens in het nieuw steken. Het is hoe het systeem structureel is gebouwd: voortdurend meer-meer-meer! De industrie wil ons daarbij doen geloven dat polyester een duurzame keuze is: 'Het gaat lang mee! Slijt niet!'. Hoewel dat technisch klopt - polyester kán decennia meegaan - geldt het alleen als je het ook zo lang draagt. Maar hoe dieper we verzeild geraken in de fast-fashion-val, hoe expliciet goedkoper en wegwerpbaar kleding wordt gemaakt.
Van olievat naar algenvezel - Hoe komen we hier weer uit?
Hoe kunnen we die tsunami van polyester en andere synthetics het hoofd bieden? Kunnen we die gigantische klok terugdraaien: van fossiel naar hernieuwbaar, van lineair naar circulair en van wegwerpmode naar nieuwe businessmodellen?
Het meest realistische alternatief op dit moment is gerecycled polyester uit plastic flessen, met de nuance dat de productie ervan veel energie vergt en heel wat microplastics de natuur in jaagt. Ook recycling van oceaanplastics, textiel of zelfs CO2-uitstoot van fabrieken zijn in ontwikkeling. Het totale marktaandeel van gerecycled polyester zat in 2024 op 12% - het overgrote deel uit PET-flessen, slechts 2% uit textiel-naar-textiel recycling.*
Een veelbelovende toekomst is weggelegd voor bio-based alternatieven die vezels maken van plantaardige grondstoffen zoals suikerriet of maïs, of van algen en mycelium – Taylor Swift is al gespot met boots en handtas gemaakt van mycelium.* Marktaandeel op dit moment? 0,01%
Dat er voldoende grondstoffen zijn voor deze alternatieven weten we allemaal. De uitdagingen zijn de schaalgrootte en de kosten: wie betaalt de investering in deze bio-alternatieven? Wat ons betreft, hoeft de opschaling alvast niet naar de 78 miljoen ton die we nu jaarlijks produceren. Een ruwe schatting leert ons dat dat twee keer onze hele wereldbevolking comfortabel kan kleden.
Hoopvol is de EU-regel die vanaf 2026 ervoor zorgt dat elk kledingstuk een Digital Product Passport krijgt. Wat betekent: je kunt zien waarvan iets gemaakt is, waar het vandaan komt, en hoe je het recyclet. Frankrijk maakt dan weer werk van het voorkomen van microplastics bij het wassen; sinds 2025 zijn filters op de wasmachines er verplicht.
Wat kun jij doen?
Hoewel het onderwerp op de agenda staat, loopt de verandering traag en raakt ze niet aan de kern van het probleem: overproductie (cf. Deel 7: Overstock & Retour). Tijd voor actie dus! Wat kunnen we vandaag doen? Koop minder. Draag langer. Als je koopt, check het label. Als er "polyester", "nylon" of "acryl" staat – weet dat het plastic is. Was minder vaak en op lagere temperatuur. Organiseer je: deel kledij met je familie, vrienden, buren via een kledingruil in je buurt of start een kledingketting.
Tot slot, informeer je: op dinsdag 17 maart stelt Isabelle Vanhoutte haar nieuwe boek Lek voor in het Muntpunt in Brussel. In het boek trekt Isabelle aan de alarmbel over ons plastic-gebruik en stelt ze oplossingen voor. Ze gaat in gesprek met Dirk Holemans van Oikos en De Transformisten. Samen dromen we over hoe we een plasticvrije toekomst vandaag al vorm kunnen geven.
*Bronnen
- Materials Market Report
- Sustainable Cotton Hub
- Kleerkastvasten, Sarah Vandoorne
- Taylor Swift draagt laarzen en een handtas van schimmel...uit Tienen
- Slow Fashion, Hoge Impact: inspiratiebronnen om te lezen, zien en luisteren
Oké, plastic is slecht. En een industrie die inzet op een high tech alternatief op grote schaal is verre toekomst. Gelukkig is katoen ons natuurlijke go-to-alternatief. Toch? Je leest er alles over in deel 2 van “Uitgekleed: een modeverhaal in 8 laagjes”: Katoen – het ‘natuurlijke’ alternatief dat rivieren vergiftigt en boeren in schulden duwt. (vanaf 18/3/2026)
Deel dit bericht